Haagse lakennijverheid

Dat Den Haag een rijk industrieel verleden heeft weet niet iedereen. In de negentiende eeuw was er een groot aantal fabrieken in en om Den Haag, zoals de Pletterij van Enthoven en de Zuid-Hollandse Bierbrouwerij. Veel verder in het verleden, was er al een bloeiende lakenindustrie in het middeleeuwse dorp.

Haagse lakennijverheid

Detail plattegrond Den Haag door C. Elandts uit 1663 naar een origineel uit 1570. Links de raamvelden, rechts de Voldersgracht. Collectie HGA.

Detail plattegrond Den Haag door C. Elandts uit 1663 naar een origineel uit 1570. Links de raamvelden, rechts de Voldersgracht. Collectie HGA.

In het veertiende- en vijftiende eeuwse Den Haag was de lakenindustrie van grote betekenis en bepaalde voor een groot deel het economische leven in de stad. Doordat Den Haag via het Spui en de Trekvliet verbinding had met de Maas, kon via Rotterdam en Schiedam grote hoeveelheden ruwe wol vanuit Engeland en Schotland worden gïmporteerd.

De lakenhandelaren heetten drapeniers en deze kapitaalkrachtige ondernemers kochten deze ruwe wol in om te laten bewerken. Omdat het laken door heel Europa werd verkocht was Den Haag dan ook een geducht concurrent van de Leidse lakenindustrie.

Het bewerkingsproces

Isaac Claesz. Van Swanenburgh, Het vollen en verven, 1594-1596. Collectie Stedelijk Museum De Lakenhal, Leiden

Isaac Claesz. Van Swanenburgh, Het vollen en verven, 1594-1596. Collectie Stedelijk Museum De Lakenhal, Leiden

Het bewerken van het laken was een langdurig en arbeidsintensief proces. De wol werd allereerst gewassen, gekamd, geverfd en tot garen gesponnen. Daarna weefden de wevers op een weefgetouw van de garen grote lappen stof, naar vooraf bepaalde afmetingen, waarna het vollen volgde, wat een smerig werkje moet zijn geweest.

De vollers stampten dagenlang met bloten voeten, in grote kuipen gevuld met vettige klei, water en urine op de weefsels rond, totdat deze waren vervilt. Dit vervilten van de weefsels zorgde ervoor dat de vezels van de stof dichter op elkaar werden ingewerkt, zodat het laken waterdicht werd.

De Voldersgracht en de raamvelden

Detail Plattegrond 's-Gravenhage, Jacques de Gheyn, 1598. Linksonder de raamvelden. Collectie HGA.

Detail Plattegrond ‘s-Gravenhage, Jacques de Gheyn, 1598. Linksonder de raamvelden. Collectie HGA.

In een gracht werden de door het vollen gekrompen weefsels vervolgens uitgespoeld. De eerste gracht die daarvoor dienst deed, was een aftakking van het Spui. Later werd daar een (doodlopende) korte en bredere gracht die dwars op deze gracht lag voor gebruikt. Deze gracht noemde men de Voldersgracht. De eerste gracht is men toen Lange Gracht gaan noemen.

Op de raamvelden werd vervolgens het laken op grote droogrekken gespannen om te drogen. Deze droogrekken noemden men ‘ramen’. Het terrein van deze raamvelden liep van de Lutherse Burgwal tot aan de Achter Raamstraat en was omgeven door sloten. Elk proces in het produceren van laken werd nauwgezet en streng gecontroleerd, gekeurd en voorzien van lakenloodjes, om de kwaliteit te kunnen waarborgen.

Ecomonische terugval

Tegen het einde van de zestiende eeuw was de tijd van economische welvaart voorbij en verdween de lakenindustrie in Den Haag. Eén van de voornaamste redenen voor deze terugval is dat Engeland en Schotland hun eigen laken gingen produceren. Een andere reden was de welbekende Opstand tegen de Spaanse overheerser Philips II.

prentbriefkaart van markt op de Voldersgracht in Den Haag met groep mensen, ca. 1902. Collectie Joods Historisch Museum, Amsterdam.

prentbriefkaart van markt op de Voldersgracht in Den Haag met groep mensen, ca. 1902. Collectie Joods Historisch Museum, Amsterdam.

De buurt rond de Voldersgracht werd stilaan een Joodse buurt en de raamvelden aan de westerzijde van deze buurt werden volgebouwd met huizen. De stank van het doodlopende grachtje, wat ook als afvalput diende, was op een gegeven moment niet meer te harden, en het werd in 1615 al gedempt.

Hierdoor kreeg het straatje, dat ook wel Volderslaan werd genoemd een trechtervorming uiterlijk. Omdat zich hier na verloop van tijd een flinke Joods gemeenschap concentreerde, werd hier ook een rommelmarkt gehouden, welke de Luizenmarkt werd genoemd.

Na de aanleg van de Grote Marktstraat is het straatje in tweëen gehakt. Het smalle gedeelte is lange tijd een overdekte passage tussen twee warenhuizen in geweest. Al snel ná de aanleg van de Grote Marktstraat verdween ook het bredere gedeelte van de Voldersgracht. De krotten en sloppen die er stonden, gingen tegen de vlakte en er verrezen grote warenhuizen. De Voldersgracht is nu niet meer dan een wandelgebied voor winkelend publiek.

Raamstraat en Gedempte Gracht

Gedempte Gracht ca. 1906. Prentbriefkaart, collectie HGA.

Gedempte Gracht ca. 1906. Prentbriefkaart, collectie HGA.

De Raamstraat is genoemd naar deeerder besproken raamvelden. Om vergissing met de Achter Raamstraat te voorkomen, heette de Raamstraat ook wel Lange Raamstraat. Toen Den Haag haar lakenindustrie kwijtraakte, werd het gebied als snel volgebouwd met huizen. De Lange Gracht, de Burggracht en de gracht langs de Lutherse Burgwal werden tussen 1825 en 1866 gedempt. Wederom was stankoverlast de voornaamste reden. Den Haag kende (nog) geen rioolsysteem en de grachten werden volgeplempt met afval. De stank moet ondraaglijk zijn geweest.

Toen de Grote Markstraat in 1924 werd aangelegd, werden niet alleen de Raamstraat en Voldersgracht in tweëen gedeeld, het betekende ook het einde van enkele andere straatjes in dat gebied. Gerbrandstraatje,  Gedempte Raamstraat (of Kleine Raamstraat) en Groenendalstraatje verdwenen voorgoed. Het gebied wat ooit een levendige lakenindustrie herbergde is nu een levendig winkelgebied. De straatnamen die nog herinneren aan deze lakenindustrie zijn: Voldersgracht, Raamstraat, Achter Raamstraat, Weversplaats en Vlamingstraat

Reacties

Reacties

Dit bericht is geplaatst in Geschiedenis met de tags , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.